Animal type: Zoogdieren

Amoertijger

Bijzondere kat

Tijgers horen bij de grote katachtigen, net als bijvoorbeeld leeuwen en panters.
Toch zijn het wel bijzondere katten. Tijgers zijn bijvoorbeeld de enige katten met
strepen. En hoewel de meeste katten niet van water houden, nemen tijgers graag
een duik. Ze kunnen goed zwemmen en gaan regelmatig in het water liggen om af
te koelen.

Sluipende krachtpatser

Amoertijgers eten vlees. Ze jagen vooral op hoefdieren, zoals wilde zwijnen en
herten. Meestal jagen ze ’s nachts. De Amoertijger sluipt dan heel stiekem op zijn
prooi af. Wanneer hij dichtbij is maakt hij een grote sprong en bijt zijn prooi in de
nek. Hierna sleurt hij zijn prooi mee naar zijn schuilplaats om deze rustig op te eten.

Snelle groei 

Een tijgervrouwtje krijgt meestal twee of drie jongen per keer. Ze brengt de jongen
groot zonder hulp van de vader. Pasgeboren tijgers wegen minder dan een kilo,
zijn blind en helemaal afhankelijk van hun moeder. Ze drinken melk en groeien
snel. Binnen een maand zijn ze al vier keer zo groot als bij de geboorte. Meestal
blijven jonge tijgers zo’n twee jaar bij hun moeder.

Pssst… dit gebied is van mij!

Tijgers leven niet in een groep, maar alleen. Een mannetje laat aan andere
mannetjes weten dat een gebied bezet is door sporen achter te laten. Hij krabt in
de bomen en laat zijn geur achter door overal te plassen. Dat plassen doet hij op
een bijzondere manier. Hij sproeit namelijk, zodat de plas zo veel mogelijk wordt
verspreid.

Pater Davidshert

Gewei

Bij bijna alle hertensoorten hebben alleen de mannetjes een gewei op hun hoofd. Dit hebben ze niet het hele jaar. Elk jaar valt het hele gewei van hun hoofd en groeit er weer een nieuwe. Met dit gewei proberen de mannetjes indruk te maken op de vrouwtjes in de paartijd.

Bijzonder hert

Het Pater Davidshert is een bijzonder hert. Zo is het de enige hertensoort waarbij het mannetje soms twee keer per jaar een nieuw gewei krijgt. De punten van het gewei staan bij het Pater Davidshert naar achteren. Bij alle andere hertensoorten wijzen de punten naar voren. De draagtijd is met 9,5 maanden één van de langste van alle hertensoorten. Al met al een bijzonder hert dus!

Bijna verdwenen 

Pater Davidsherten horen in het wild thuis in China. De Franse pater Armand David beschreef deze hertensoort voor het eerst in 1861. Ze waren toen al bijna uitgestorven. Ze leefden alleen nog in de tuin van de Chinese keizer. Na een grote overstroming en een burgeroorlog in 1899 waren de Pater Davidsherten helemaal uitgestorven in het wild.

Gered

Een paar jaar nadat pater David deze herten had ontdekt, heeft de Chinese keizer een aantal dieren naar Europa gestuurd. Gelukkig maar, want anders waren er nu geen Pater Davidsherten meer. Een Engelse hertog heeft alle Pater Davidsherten bij elkaar gebracht in zijn safaripark. Uiteindelijk werden er zoveel jongen geboren dat ze weer naar andere dierentuinen konden verhuizen. In 1985 werden de eerste Pater Davidsherten vanuit Engeland naar China gebracht. Daar zijn ze nu in drie verschillende natuurparken te vinden.

Tweevingerige luiaard

Rustig aan

Een luiaard eet bijna alleen maar bladeren. Daar zit niet veel energie in. Hij doet dan ook alles rustig aan. Een luiaard slaapt zo’n 15 uur per dag. Als hij beweegt gaat dat heel langzaam. Luiaards hangen bijna hun hele leven ondersteboven in een boom. Ongeveer één keer per week klimmen ze heel langzaam naar beneden om op de grond te poepen.

Groene haren

De haren van een luiaard groeien van zijn buik naar zijn rug. Dat komt omdat hij bijna altijd ondersteboven aan een tak hangt. Zijn haren zijn heel erg ruw. Daardoor kunnen er algen op zijn vacht groeien. Zo lijkt het net alsof hij groene haren heeft. Dat is een goede camouflage voor als je in het regenwoud leeft.

Vicuña

Moedige leider

Als er gevaar aankomt, maakt de vicuña een fluitend geluid. Het mannetje dat de baas is van de groep, gaat tussen de groep en het gevaar instaan. Hij laat daarmee zien dat hij niet bang is zijn groep te beschermen.

Trui breien

Vroeger werd de vicuña veel gevangen voor zijn vacht. Mensen scheerden hem en lieten hem daarna weer gaan. Van de wol werd vooral kleding gemaakt.

Canadese Bever

Echte waterdieren

Bevers hebben een fijne, zeer dichte ondervacht gevolgd door een tweede, grovere vacht. De buitenvacht heeft een waterafstotende laag. Hierdoor zijn de bevers goed tegen het koude water bestemd. Om zich snel in het water voort te bewegen, hebben bevers zwemvliezen tussen de tenen en achterpoten zitten. Door aanpassingen in de mond kunnen bevers onder water knagen zonder water binnen te krijgen. Ze kunnen maar liefst 15 minuten onder water blijven!

Knagende architecten

Bevers hebben oranje snijtanden die altijd blijven groeien. Vanwege het knagen blijven de tanden vlijmscherp, omdat deze dan langs elkaar afsnijden. Binnen enkele minuten knagen zij hiermee een dunne boom om. Bij een dikke boom wisselen de bevers elkaar af: de één knaagt terwijl de ander de wacht houdt. Bevers knagen maandelijks maar liefst 50 bomen om. Met deze boomstammen bouwen de bevers een dam en hun nest (burcht). De dam zorgt ervoor dat de burcht niet kan overstromen en dat ze niet droog komen te staan. De burcht zorgt ervoor dat de bevers goed beschermd zijn tegen vijanden als wolven en lynxen.

Pinché-aap

Super vaders

Bij de pinché-apen is het de vader die voor de jongen zorgt. Hij helpt bij de geboorte en draagt de jongen op zijn rug. De jongen komen alleen bij de moeder om melk te drinken. Zo kan de moeder weer goed op kracht komen na de zwangerschap.

Veilig drinkwater

Pinché-apen leven hoog in de bomen. Daar is het veiliger dan op de grond. Ze gaan ook liever niet naar beneden om te drinken. Het water dat ze nodig hebben likken ze van de bladeren af.

 

Tammar wallaby

Vertraagde geboortes

Tammar wallaby’s kunnen, net als hun soortgenoten, de geboorte van een jong vertragen totdat de omstandigheden het meest gunstig zijn. Zo kan een vrouwtje met een jong in de buidel al een nieuwe embryo in de baarmoeder hebben die pas wordt geboren nadat ze is gestopt met het zogen van het jong in de buidel.

“Springende katten”

De Tammar wallaby was de eerste kangoeroesoort die door westerse ontdekkingsreizigers werd gezien. Op 15 november 1629 zag de Nederlander François Pelsaert (kapitein van de Batavia) deze soort op de Houtman Abrolhoseilanden. Pelsaert beschreef de Tammar wallaby’s als “springende katten”.

Azara’s Agouti

Oeps, vergeten

Agouti´s verzamelen noten en zaden van verschillende planten en begraven deze om later op te eten. Ze vergeten alleen wel eens waar het ligt. Daar groeit dan weer een nieuwe plant uit.

Félix de Azara

Deze dieren zijn vernoemd naar de Spaanse bioloog Félix de Azara. Dit is niet de enige diersoort die naar hem is vernoemd: er zijn nog vier andere diersoorten die zijn naam dragen.

Op de vlucht

Eigenlijk weten we weinig over de Azara’s agouti. Er zijn veel dieren die op ze jagen, waardoor ze erg alert zijn op alles wat om hun heen beweegt. In het wild vluchten ze al snel als ze iemand zien. Als er gevaar dreigt, maken ze een blaffend geluid om de rest te alarmeren.

Bruinbehaard gordeldier

Ingraven

Het bruinbehaard gordeldier is een alleseter en graaft veel. Dit doet hij voor voedsel, maar ook om een hol te maken. Hierin kan hij zich verstoppen en lekker afkoelen tijdens hete dagen in de woestijn.

Overdag of ’s nachts?

In de winter is de temperatuur voor het gordeldier lekker en is hij overdag actief. ‘s Zomers wordt het hem te heet. Hij kiest er dan voor om overdag te gaan slapen en is ’s nachts actief.

Witgezichtsaki

Weg jij!

Witgezichtsaki’s zijn niet heel groot. Ze kunnen dan ook makkelijk aangevallen worden door bijvoorbeeld roofvogels. Voor de veiligheid blijven de saki’s zo veel mogelijk verstopt tussen de bladeren. Als ze toch bedreigd worden, proberen ze de vijand weg te jagen. Dat doen ze door zich groot te maken. Ze zetten hun haren overeind, maken hun rug bol en stampen met hun poten op de takken.

Gezond dieet

In het wild eten witgezichtsaki’s vooral fruit. Ze hebben sterke voortanden en hoektanden. Hiermee kunnen ze harde schillen open bijten. Behalve fruit eten ze ook zaden, noten en insecten. In het droge seizoen is er weinig fruit te vinden. Dan eten saki’s vooral jonge bladeren. Veel vruchten eten ze met zaadjes en al op. Deze zaadjes poepen ze later weer uit, waardoor er weer nieuwe fruitbomen kunnen groeien.